Eindelijk is het Pasen.
De lente, de vogels, de bloemen.
En voor mij dit jaar ook: drie paaseitjes.
Een paar maanden geleden al, op een event, stonden er paaseitjes in alle kleuren van de regenboog. Tot mijn verrukking ook in de kleuren van mijn logo. Dat moesten wel de lekkerste van de wereld zijn.
Ik viste er van elke kleur eentje uit en legde ze zichtbaar in mijn kamer. Om ze te bewaren voor Pasen.
Ze lachten vaak naar me, die paaseitjes.
Dan voelde ik het verlangen om ze te proeven, nieuwsgierig naar geur en smaak.
Ik verbeelde me hun smaken: eentje met zout-karamel (dat wellicht de turquoise?), de groene met pistache, (maar dan met echte nootjes, niet zo’n suikerbrij) en een pittige met gember of chili.
Af en toe liet ik ze in mijn hand rollen.
Voelde het gladde papiertje, het kleine gewicht.
En één keer, op een moeilijk moment, begon ik het papiertje al open te maken.
Op een moment van nood aan kleine troost.
Maar ik stopte, herinnerde de uitnodiging om te vertragen, ademde diep en legde het terug.
Niet omdat het niet mocht, maar omdat ik zo geniet van het verlangen.
Van de voorpret.
Van het al genieten, maar nog niet consumeren.
Verlangen gaat voor mij over nieuwsgierigheid.
Over vertragen.
Over verwonderd zijn over wat je hebt gevonden, en het proeven nog even uitstellen.
In een wereld waar veel snel moet, waar we meteen willen weten, meteen willen hebben, meteen willen ervaren… vind ik het soms heerlijk om dat verlangen even te laten bestaan.
Om het te voelen.
Om het te laten groeien.
Te genieten van de prikkeling die dat meebrengt.
En die energie te laten stromen.
En dan, op het juiste moment, langzaam het papiertje open te maken.
De geur die subtiel komt aanwaaien.
Misschien al een klein hapje.
En eerlijk: soms lukt dat vertragen me ook helemaal niet en ben ik gewoon een grote slokop.
Ik wens je een Pasen met nieuwsgierigheid.
Met kleine dingen om naar uit te kijken.
En misschien ook met iets waar je nog even naar mag blijven verlangen.

